Asbest is een materiaal dat op vele manieren is toegepast, bijvoorbeeld als brandwerend materiaal. In de loop der jaren is echter bekend geworden dat asbestvezels een grote nadelige invloed kunnen hebben op de gezondheid. Het is daarom sinds 1993 verboden asbesthoudend materiaal te verwerken.
 
In gebouwen komt nog altijd veel asbest voor. Maar ook in de bodem, als asbest samen met puin als verhardingslaag is toegepast.
 
In geval van sloopsituaties is het volgens het Bouwbesluit verplicht een inventarisatie op asbest uit te voeren van het te slopen gebouw. Dit wordt uitgevoerd door een bedrijf dat voldoet aan de eisen in het Certificatieschema voor de Procescertificaten Asbestinventarisatie en Asbestverwijdering. Grondvitaal BV is als bedrijf gecertificeerd voor het uitvoeren van asbestinventarisaties.

Voor het bemonsteren van asbestverdachte materialen dient de monsternemer in het bezit te zijn van het DIA-certificaat. De monsternemer is dan aangewezen als Deskundig Inventariseerder Asbest.


Asbestinventarisatie

Voorafgaand aan sloop of renovatie van gebouwen dient altijd een asbestinventarisatie plaats te vinden. Sinds februari 1992 gelden voor het verwijderen van asbesthoudende materialen strenge criteria. Vanaf januari 1997 mag een gemeente een vergunning voor sloop slechts afgeven als een asbestinventarisatie is uitgevoerd.

De asbestinventarisatie wordt uitgevoerd conform het Certificatieschema voor de Procescertificaten Asbestinventarisatie en Asbestverwijdering  en dient door een daartoe gecertificeerd bedrijf te worden uitgevoerd. Voor het bemonsteren van asbestverdachte materialen dient de monsternemer te beschikken over een een hiervoor beschikbaar diploma DIA (Deskundig Inventariseerder Asbest), in het verleden was dit het DTA-A certificaat (Deskundig Toezichthouder Asbestverwijdering).
 
Eén van de eisen bij beroepsmatige sloop van asbest is dat het bedrijf dat de asbestsanering uitvoert, eveneens dient te zijn gecertificeerd volgens het Certificatieschema voor de Procescertificaten Asbestinventarisatie en Asbestverwijdering.

De uitvoering van een asbestinventarisatie houdt onder meer in:

  • Inzage van het bouwarchief van de gemeente (bouwtekeningen / bestekken e.d.)
  • Grondige inspectie van het betreffende bouwwerk, een deel van het bouwwerk of een object.
  • Registratie van de waargenomen asbestverdachte onderdelen.
  • Monstername van asbesthoudende en -verdachte materialen.
  • Risicoclassificatie indien asbesthoudend materiaal aanwezig is.
  • Rapportage van de bevindingen en een aanbeveling. 

Onderscheid type A, type B en type 0

In de norm SC-540 wordt onderscheid gemaakt tussen een type A, B en 0 onderzoek.

 
Type A:

Op grond van de SC-540  dient de opdrachtgever zelf zorg te dragen voor het aanleveren van documenten waaruit de toepassing van asbest en asbesthoudende producten blijkt. Dit kunnen bouwtekeningen, archieven van verbouwingen of renovaties, beschrijvingen van calamiteiten of incidenten of eventueel eerder uitgevoerde asbest(deel)saneringen zijn. Dit kan ook door archieven aan ons beschikbaar te stellen. Daarnaast moet de opdrachtgever de mogelijkheid bieden (indien van toepassing) (ex-)werknemers te laten interviewen. Aangezien wij als deskundig bureau veel kennis en ervaring hebben in de toepassing en verwerking van asbesthoudende materialen, bieden wij de mogelijkheid het historisch onderzoek voor u uit te voeren.

De uitvoering van de asbestinventarisatie dient zo plaats te vinden dat een onbelemmerde door- en toegang tot alle ruimtes mogelijk is. De inventarisatie mag met behulp van handgereedschap (al dan niet met licht destructief onderzoek) uitgevoerd worden. Als bij een type A onderzoek niet alle ruimtes toegankelijk zijn, dient een type B onderzoek te worden uitgevoerd.

In de SC-540 wordt onderscheid gemaakt bouwwerken en objecten. Het is toegestaan een deel van een bouwkundige eenheid te onderzoek (bijvoorbeeld alleen de dakbedekking of een vensterbank in een ruimte). Het is niet toegestaan afzonderlijke bronnen of constructiedelen te inspecteren.

De indeling van alle asbesthoudende materialen in risicoklassen wordt uitsluitend uitgevoerd met behulp van SMA-rt (StoffenManager Asbest), een digitaal instrument dat via internet beschikbaar is. De risicoklasse is mede afhankelijk van de methode van verwijdering. Het voordeel van deze manier van risicoklassebepaling is dat een uniforme uitkomst gegarandeerd wordt. Ieder afzonderlijk adviesbureau moet uiteindelijk op dezelfde risicoklasse uitkomen.

Type B:

Een type B onderzoek wordt altijd uitgevoerd als vervolg op een type A onderzoek. De gemeente kan bijvoorbeeld een sloopvergunning afgeven onder voorwaarde dat tijdens de sloop het (door het asbestinventarisatiebureau geadviseerde) type B onderzoek wordt uitgevoerd.
 
Een type B onderzoek wordt geadviseerd wanneer tijdens het type A onderzoek een redelijk vermoeden bestaat van de aanwezigheid van niet direct waarneembaar asbest of wanneer ruimtes niet toegankelijk waren. Niet direct waarneembaar asbest kan bijvoorbeeld riolering onder de woning of verloren bekisting bij funderingen zijn. Tijdens dit type B onderzoek zal zwaar destructief onderzoek worden uitgevoerd. Dit dient ALTIJD te gebeuren in samenwerking met een (SC-530) gecertificeerde asbestverwijderaar.
 
Type 0:

Een type 0 onderzoek wordt uitgevoerd voorafgaand aan een risicobeoordeling conform NEN 2991. Dit onderzoek wordt uitgevoerd om vast te stellen of er asbest aanwezig is in een gebouw dat nog in gebruik is. Wanneer is vastgesteld dat binnen een (nog in gebruik zijnd) gebouw asbest aanwezig is, kan aanvullend een risicobeoordeling worden uitgevoerd conform NEN 2991. Dit onderzoek is dus NIET geschikt voor het aanvragen van een sloopvergunning. Meer informatie over een risiobeoodeling conform NEN 2991 vindt u hier.


Risicobeoordeling (NEN 2991)

Als na een volledige asbestinventarisatie of eventueel een asbestsanering op sommige plaatsen asbest is toegepast dat niet of zeer moelijk verwijderbaar is, dan dient een risicobeoordeling conform NEN 2991 te worden uitgevoerd.

Een risicobeoordeling is de beoordeling van het blootstellingsrisico aan asbest voor gebruikers en derden in gebouwen, woningen, constructies, opbjecten en leegstaande bouwwerken waarin asbesthoudende materialen zijn verwerkt. U kunt hierbij denken aan asbesthoudende wanden waarin geboord moet worden. Degene die de werkzaamheden uitvoert, wordt hierbij blootgesteld aan asbest en dit dient te worden voorkomen.

Een risico-inventarisatie in een niet-sloopsituatie is erop gericht een globale schatting te maken van de potentiële blootstelling aan asbest. Voor bepaling van de actuele blootstelling worden veelal luchtmetingen van de concentratie asbest uitgevoerd door een geaccrediteerd laboratorium.

De risicobeoordeling kan globaal gezien twee uitkomsten hebben:

  • de ruimte is asbestvrij (geen risico, er is geen asbestbeheersplan nodig);
  • de ruimte bevat asbest en er dient een asbestbeheersplan te worden opgesteld.

Asbestbeheersplan

Een asbestbeheersplan is een beschrijving van de maatregelen die moeten worden getroffen om een gebouw of constructie waarin zich nog asbesthoudende materialen en/of restanten daarvan bevinden, ‘asbestveilig’ te maken.

Een asbestveilige situatie is een situatie waarbij alle asbesthoudende bronnen bijvoorbeeld uit de ruimte verwijderd zijn of duurzaam zijn afgeschermd of geïmpregneerd. Tijdens metingen die worden uitgevoerd onder een ‘worst-case’ scenario, mogen dan geen asbestconcentraties in de lucht ontstaan die de streefwaarde overschrijden. Dit is de gemiddelde concentratie over de 8 uur durende meting. De streefwaarde voor asbest is gelijkgesteld aan het verwaarloosbaar risiconiveau (VR).

De onderdelen van een asbestbeheersplan zijn:

  • Overzicht van de aanwezig asbestbronnen;
  • Procedures voor informatieverstrekking;
  • Procedures voor het werken aan, in de nabijheid van asbestbronnen of – zones;
  • Registratrie van de werkzaamheden;
  • Periodieke controle;
  • Calamiteitenplan.

Grondvitaal BV kan een dergelijk beheersplan voor u opstellen. Het plan zal worden gebaseerd op een uitgevoerde risicobeoordeling en wordt geheel afgestemd op uw situatie. Neem voor meer informatie contact met ons op.


Saneren van Asbest

Mocht naar aanleiding van een volledige asbestinventarisatie blijken dat in een te slopen bouwwerk of object¹ asbesthoudende materialen aanwezig zijn, dan moeten voorafgaand aan de sloop van het bouwwerk/object de asbesthoudende materialen op een verantwoorde wijze verwijderd en afgevoerd worden. Ook wanneer uit een risico inventarisatie een direct gevaar voor de volksgezondheid blijkt, is een asbestsanering de aangewezen weg om een dergelijke risico op te heffen.
 
¹(Onder een object wordt verstaan een transportmiddel, apparaat, constructie of installatie geen bouwwerk zijnde in de zin van de Woningwet).
 
Asbestsaneren geschiedt onder toezicht van een Deskundig Toezichthouder Asbestsloop. De uitvoering geschiedt door een deskundig SC-530 gecertificeerd asbestverwijderingsbedrijf. De sanering vindt plaats binnen een afgebakend en/of afgeschermd en gemarkeerd gebied waar de saneringswerkzaamheden met betrekking tot asbest op milieuhygiënische en arbeidshygiënisch verantwoorde wijze worden uitgevoerd. Na het saneren dient altijd een eindmeting uitgevoerd te worden.
 
Het is niet in alle gevallen verplicht om asbest uit gebouwen of objecten te verwijderen. Of dit ook is aan te raden hangt sterk af van de plaatselijke situatie.
 
Het is verboden zelf asbest te verwijderen. Uitsluitend losse asbestgolfplaten, bloembakken of stukken asbest op de bodem mag u zelf in plastic verpakken en aanbieden bij de gemeentewerf. Asbestdaken en andere toepassingen van asbest mag u zelf niet verwijderen. Zolang asbest in hechtgebonden staat verkeert en niet wordt bewerkt of verwijderd, levert het geen risico op.
 
Wanneer de asbestconcentratie in een gebouw te hoog is en mogelijk schade voor de gezondheid kan ontstaan, kan de overheid een eigenaar dwingen, op grond van art.14 en volgende van de Woningwet, om tot sanering over te gaan.